De secretaris van het jaar

Het jaar van het jaar
Op radio 1 worden de gemoederen al een tijdje beziggehouden door de hoeveelheid lijstjes en ‘… van het jaar’-verkiezingen. De lijst lijkt ieder jaar langer te worden: het woord van het jaar, kapsalon van het jaar, sportploeg, -man en -vrouw van het jaar, politicus van het jaar en zelfs de leukste verkiezing van het jaar.* Wat is toch die behoefte aan lijstjes en verkiezingen? Misschien heeft het iets te maken met een poging om orde te scheppen in onoverzichtelijke situaties. Gezien de huidige, ongrijpbare maatschappelijke ontwikkelingen niet zo vreemd dat het aantal verkiezingen en lijstjes toeneemt.

Mijn favoriete verkiezing van dit jaar werd van de week gehouden bij De Nieuws BV door ‘Roelof van de redactie’: de verkiezing van het jaar van het jaar. Roelof vraagt zich af: wat is nou het beste jaartal uit de Nederlandse geschiedenis? In de column van vijf minuten worden vijf jaartallen voorgedragen – 1648, 1848, 1959, 1998 en 2001 – én er wordt een keuze gemaakt. (Luister hier de column terug voor een toelichting op de jaartallen.)

And the winner is…
1848: het jaar van de grondwet van Thorbecke. Om tegenwicht te bieden tegen de keuze voor Wilders als politicus van het jaar. Eerlijk gezegd vond ik het in eerste instantie een beetje een saaie, té voor de hand liggende keuze, maar enige verdieping in het proces roept House of Cards-achtige beelden op en maakt het bepaald geen saai verhaal. Is de huidige grondwet deels het resultaat van een secretaris die de ontwikkeling en interpretatie van de nieuwe grondwet naar zijn hand zette in het belang van zijn eigen status en macht?

Grondwet1848

In 1848 werd Koning Willem II, naar eigen zeggen, onder invloed van revoluties is in andere landen in één nacht van ‘zeer conservatief tot zeer liberaal’. Hij gaf opdracht aan een commissie om de grondwet te herzien. Johan Rudolph Thorbecke was secretaris van deze commissie en bedacht de nieuwe grondwet, waarin het parlement meer bevoegdheden en diverse wetgevende en controlerende instrumenten kreeg.**

Als secretaris van de commissie en bedenker van de grondwet had Thorbecke opmerkelijk veel invloed. Zo nam (en kreeg) hij veel ruimte bij de interpretatie van regels. Hij maakte hier slim gebruik van en speelde een spel waarin hij bijvoorbeeld een ministersploeg ten val bracht. Vervolgens werd hij zelf minister en gaf vanuit die rol geheel nieuwe interpretaties aan bepaalde regels, al naar gelang het hem paste:

‘Als minister had Thorbecke weer andere interpretaties van de regels nodig om zijn gezag te beschermen. In 1862 poogde hij elke vorm van Johan_Rudolf_Thorbeckedebat over de regels in de kiem te smoren. Waar hij als Kamerlid ieder ander die zoiets probeerde van inconstitutioneel gedrag had beschuldigd, wees hij nu zelf alle kritiek van de hand. Want: “Aan wie is men onze tegenwoordige Grondwet meer dan aan mij verschuldigd? En zou ik dan mijn eigen werk verstoren?“’**

De manier waarop Thorbecke zijn functies invulde lijkt niet bepaald zuiver. Zou dit van het begin af aan zo zijn geweest of zijn de grenzen langzaam maar zeker vervaagd, zelfs door hemzelf onopgemerkt? Het is denk ik een van de grootste risico’s van de secretaris: te worden verleid door macht en status en ongemerkt verschuiven van een focus op de beste invulling van het vak naar de inzet van de rol als middel om meer macht of status te bereiken.

Secretaris van het jaar
Als er in 1848 een verkiezing voor de meest invloedrijke secretaris van het jaar was gehouden, dan het Thorbecke die vast gewonnen. Met al die lijstjes en verkiezingen zou ik zo’n verkiezing bijna in het leven roepen! Een snelle zoektocht op ‘secretaris van het jaar’ op Google levert geen resultaten. Gelukkig maar, want het laatste dat past bij deze rol is om deze in de spot lights te plaatsen. Toch?

Het lijkt mij wél interessant om een soort top 10 van meest invloedrijke secretarissen in de geschiedenis op te stellen. Waaraan moet iemand voldoen om daarin terecht te komen? Misschien iets voor komend jaar….

De subtiele taal van macht

De subtiele taal van macht in organisaties

‘Achter de wereld van de rede werkt een hele subtiele macht die in onze taal doorwerkt. Daarom moeten we de bewuste rede wantrouwen en kijken naar het machtsspel, naar het onderbewuste, onder de oppervlakte van de rede.’

dr Haroon Sheikh*

Als secretaris ben je voortdurend bezig met taal. In het spreken, denken en schrijven, als gebruiker en ontvanger. Je hebt daarin ook dagelijks te maken met de strategische, subtielere kant van taal waarmee je voortdurend kunt spelen: hoe is iets beschreven, op welke manieren kan je dit opvatten en erop reageren, hoe wil je iets juist wel of juist niet formuleren, etc. En je bent een soort vertaler: tussen verschillende organisatieonderdelen (met name in grotere organisaties) en tussen de interne en externe omgeving.

Interessant is de subtiele taal van macht (politiek handelen) in organisaties. De subtiele taal van macht gaat over taaluitingen waarmee indirect een bepaalde machtsverhouding in stand wordt gehouden of impliciet een keuze wordt doorgedrukt. Zowel degene die de taal bezigt als de ontvanger kunnen zich hier niet of nauwelijks van bewust zijn, maar de gebruiker kan de subtiele taal ook bewust inzetten.

Onbewuste associaties

Filosoof Edward Said beschrijft in zijn boek ‘Orientalism’ hoe de subtiele taal van macht kan doorwerken in de onbewuste blik van het Westen naar het Oosten. Door synoniemen voor de Oriënt als irrationeel, primitief en overdreven en voor het Westen als rationeel, democratisch en beheerst, werd een verhouding geschetst waarin de Westerse landen er altijd het sterkste uitkwamen. Dat rechtvaardigde vervolgens het kolonialisme (‘zij’ hebben ‘ons’ nodig). De synoniemen en de bijbehorende de associaties zijn inmiddels diepgeworteld. Dit is een belangrijk gegeven: zelfs als je het ergens op het bewuste niveau van de rede niet mee eens bent, kan het zijn dat je onbewust tóch bepaalde associaties hebt die ongewenste patronen bevestigen.

Soortgelijke processen en patronen doen zich overal voor waar mensen bij elkaar komen. Terwijl je denkt op bewust niveau een discussie te voeren, wordt je beïnvloed door dieperliggende associaties bij bepaalde woorden. Deze houden onbewust bepaalde beelden, normen, waarden, aannames, (voor)oordelen e.d. in stand. De zorg wordt bijvoorbeeld nog steeds als feminien beschouwd en techniek als masculien, secretariaten zijn feminien, management is masculien. Het is zinvol om dit soort patronen in het denken te herkennen en je bewust te zijn van taalgebruik waarin een machtsverhouding zit die subtiel doorwerkt. Denk bijvoorbeeld aan het consequent hanteren van ‘hij’, waar het ook ‘zij’ kan zijn, functiebenamingen als junior en senior beleidsmedewerker, termen als ‘de werkvloer’, ‘verantwoording afleggen’ en ‘ondergeschikten’. Hieruit spreekt een machtsverhouding die wel of niet wenselijk kan zijn. In ieder geval is het goed om je daarvan bewust te zijn, want de associaties die mensen bij deze termen hebben zijn van invloed op hun denken en handelen en kunnen iemand bijvoorbeeld uitdagen of juist demotiveren.

Bewuste beïnvloeding en manipulatie

Zoals gezegd kunnen subtiele taaluitingen van macht ook bewust worden ingezet. In een organisatie kan een  bestuurder impliciet dreigen met sancties om besluitvorming te sturen: “Iemand die niet instemt met een plan krijgt in zo’n geval bijvoorbeeld van zijn baas te horen dat ‘overplaatsing altijd nog kan’ of dat ‘de functioneringsgesprekken er alweer bijna aankomen’.”**

Beïnvloeding kan gemakkelijk overgaan in manipulatie.  Zowel onbewust als bewust gebruik zie je bijvoorbeeld terug in reclame en in de politiek, wanneer bepaalde archetypes of vooroordelen worden bevestigd. De ontvanger van de (doorgaans beperkte) informatie kan onbewust worden beïnvloed tot het doen van bepaalde aankopen of het innemen van een bepaald standpunt.

Wantrouw de bewuste rede

De bewuste rede wordt beïnvloed door de subtiele taal van macht en onbewuste associaties. Deze taal kan zowel bewust als onbewust worden ingezet. Daarom is het goed en getuigt het van zorgvuldigheid om de rede te wantrouwen. Als secretaris kan je een interessante rol spelen in de duiding en bewustwording van bepaald taalgebruik, de effecten daarvan en het vinden van taaluitingen die passen bij wat bijvoorbeeld een bestuur wil uitdragen. Hoe beter je de subtiele taal van macht herkent, spreekt en kunt vertalen, hoe gerichter en effectiever je jouw rol kunt uitoefenen.

Om op te broeden

* Luister eens met aandacht de taal die wordt gebruikt in een overleg. Welke woorden vallen op? Welke (onbewuste) associaties kunnen hier achter schuilgaan? Zouden die associaties voor iedereen hetzelfde zijn?


 

Ter illustratie: Chief Whip Urquhart

Wie de subtiele taal van macht als geen ander kent is de hoofdpersoon Francis Urquhart in de Britse BBC-serie House of Cards.  Als ‘Chief Whip’ – letterlijk vertaald ‘Hoofd Zweep’, over de taal van macht gesproken – bevind hij zich in het centrum van de macht. Urquhart omschrijft zijn rol als die van een functionaris wiens taak het is om de troepen van zijn partij in het gareel te houden: ‘I put a bit of stick about, I make them jump’*** Hij heeft ambities om minister te worden en probeert zichzelf in het nieuw te vormen kabinet te plaatsen. De Prime Minister heeft hier andere ideeën over. Het gesprek tussen de twee is een mooie illustratie van het bewust inzetten van de (subtiele) taal van macht en manipulatie.

Bronnen:

* dr Haroon Sheikh, college ‘De Taal van Macht’ van de College Club, 26-11-2015

** Hetebrij, Martin. 2008:8. ‘Macht en politiek handelen in organisaties: Iedereen speelt mee.’ Van Gorcum, derde druk.

*** BBC, TV-serie House of Cards. 1990. Gebaseerd op het gelijknamige boek van Michael Dobbs.

John McTernan. The Telegraph.17-7-2014. Chief Whips: They’re not as nice as they look.